Wat is capoeira?

Capoeira is een Braziliaanse culturele en sportieve activiteit die dans, muziek, acrobatiek en vecht vermengt in harmonieus spel. Capoeira speelt zich af in een circel, de roda genoemd. Binnen deze kring spelen steeds 2 capoeirista’s en vertonen deze dansers sensationele vechttechnieken. De rest van de groep zorgt voor opzwepende muziek en zang, zodat de twee spelers in de kring veel energie krijgen.

 

Kunst en Cultuur

Door zijn muzikaliteit en kunstzinnigheid, is capoeira bijzonder cultuurrijk waarbij mensen zelfgemaakte instrumenten bespelen, dansen, een nieuwe cultuur en een nieuwe taal leren.
 

Capoeira was ook in 2014 door “UNESCO” (United Nations Educational Scientific and Cultural Organization) tot immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid erkend.
 

Sport en Recreatie

Capoeira is een uitstekende sport waarbij het hele lichaam wordt gebruikt. Door regelmatig capoeira te trainen word je sterker, sneller, leniger en meer ontspannen.
 
Capoeira was in 1963 erkend door de Braziliaanse overheid als nationale sport.
 

Capoeira Geschiedenis

Afrikaanse roots

De Capoeira geschiedenis begon in de zestiende eeuw, toen Brazilië nog een kolonie van Portugal was. De werkkracht van de slaven werd op grote schaal gebruikt in Brazilië, voornamelijk in de molens (suiker boerderijen) in het noordoosten van Brazilië. Veel van deze slaven kwamen uit de streek van Angola, dat was ook een Portugese kolonie. In Afrika hadden de angolezen veel dansen op het ritme van muziek.

 

In Brazilië

Toen ze aankwamen in Brazilië, realiseerden de afrikanen zich dat het noodzakelijk was om een vorm van bescherming tegen geweld en onderdrukking van de Braziliaanse kolonisten te ontwikkelen. Ze waren constant doelwit van gewelddadige praktijken en straffen door hun eigenaars. Toen ze weg van de boerderijen vluchtten, werden zij vervolgd door de “Capião do mato”, een soort van toezichthouder die een zeer gewelddadige manier had om de slaven terug te vangen.

 

Slaven eigenaars hebben elke vorm van gevecht beoefening door de slaven verboden, dan werd dans en ritme toegevoegd aan het vechten. Zo ontstond capoeira, een gevecht kunst verkapte in een dans.

De oefening van capoeira was een belangrijke tool voor de culturele en fysieke weerstand van de slaven.

 
De oefening van capoeira werd gedaan  in de buurt van “senzalas” (een soort opslag ruimt die werd gebruikte als slaap plek voor de slaven). Vaak was het in een gebieden met kleine struiken, genoemd op dat moment als “co-poera” (lage gras) of capoeirão. Vandaar is de naam capoeira. De training van capoeira had als belangrijkste doelen: de cultuur behouden, verlichten van de stress, het fysieke onderhoud en gezondheid.

 

Tot 1930, de beoefening van capoeira werd verboden in Brazilië. Het werd gezien als een gewelddadige en subversieve praktijk. De politie kreeg het bevel om iedereen die capoeira beoefende te arresteren. In 1930 presenteerde een belangrijke capoeira meester, bekend als Mestre Bimba, capoeira als een vorm van sport, educatie en gevecht kunst voor de toenmalige president Getulio Vargas. De president was helemaal onder de indruk en vond het zo leuk dat hij capoeira tot een officiele nationale sport heeft erkend.
 

Drie stijlen van capoeira

Capoeira heeft drie stijlen die zich onderscheiden in bewegingen en muzikale ritmes.

  • De oudere stijl, gemaakt op het moment van de slavernij is de Capoeira Angola. De belangrijkste kenmerken van deze stijl zijn: Langzamer ritme, lagere bewegingen (dicht bij de grond) en veel “malícia” (slimheid met de intentie om de andere speler te verslaan).
  • De Capoeira Regional stijl wordt gekenmerkt door een mengsel van veel malícia met snelle bewegingen, en ritme. De slagen zijn snel en droog met veel acrobatiek.
  • De derde stijl van capoeira is de Contemporâneo (hedendaagse) die enkele bewegingen van Angola en Regional verenigt. Deze stijl van capoeira wordt tegenwoordig het meest beoefend.

 

Instrumenten

Berimbau

De Berimbau bestaat uit een lange stok (verga), een ijzerdraad (arame), een kalebas (cabaça) en touw (corda) die de andere gedeelten bij elkaar vastbindt.

Om de berimbau te spelen, gebruik je de caxixi, baqueta en dobrão.

De Berimbau is het hoofdinstrument binnen een capoeira roda . Er zijn 3 soorten berimbaus: de Gunga, de Medio en de Viola.

De gunga wordt bespeeld door de meester of leraar en leidt de capoeira roda. De berimbau gunga heeft de laagste toonsoort.

De medio berimbau klinkt iets hoger en heeft een medium geluid.

De viola daarentegen heeft de hoogste toonsoort en wordt ook vaak bespeeld door een ervaren capoerista. Met deze berimbau wordt namelijk veel breaks in het ritme bespeeld.


Atabaque

De atabaque is de trommel die bij capoeira wordt gebruikt om het ritme te versterken. Het woord atabaque komt oorsponkelijk van het Arabische “aT-Tabaq, wat ‘plat’ betekent. De atabaque wordt ook met de hand gemaakt.

Over de opening bovenaan wordt een koeienhuid gespannen met een touw. Er zijn verschillende manier om het touw te spannen rondom de atabaque, wat voor een mooie afwerking zorgt.

Pandeiro

De pandeiro staat in Nederland bekend als de ‘tamboerijn’. Bij capoeira wordt het gebruikt voor het ritme wat ook door de atabaque gespeeld wordt. Ook wordt de pandeiro gebruikt voor de samba.

Agogô

De agogô is een soort van ‘koeienbel’. Het instrument bestaat uit een een dubbele klok, vaak gemaakt van ijzer of van uitgeholde reuzenkastanjes uit de Amazone.

De agogô heeft een hoge en lage toonsoort en wordt aangeslagen met een stokje.

Reco-reco

De reco-reco is een instrument gemaakt uit een groot stuk bamboe waarin dwarse groeven zijn aangebracht. Er komt een ritsend geluid uit door er met een stok overheen te gaan.